Kaderstelling is geen taak of bevoegdheid die eenduidig te
omschrijven is. Er zijn verschillende momenten van kaderstelling en er
zijn verschillende vormen waarop kaderstelling plaats vindt. Het gevoel
voor de juiste momenten en de juiste vorm moet zich ontwikkelen binnen
een gemeenteraad. Pas als je met elkaar besluit dat je je invloed wilt
vergroten en bereid bent hierin samen op te trekken, dan kan
kaderstelling uitgroeien tot een volwassen instrument van de
gemeenteraad.
Definitie:
Een kader is een
uitspraak van (een meerderheid van) de gemeenteraad waarin een politieke
lijn wordt uitgezet over de inhoud en/of de wijze van totstandkoming
van beleid.
Wie is wanneer aan zet?
“U heeft hier een presentatie gegeven over een nieuw te bouwen
woonwijk. Hoe gaat het besluitvormingsproces verder? Waarover kan en mag
de raad nog beslissen? En, belangrijker: wie neemt het initiatief om
dit punt op de agenda te zetten?”
Na de introductie van het
dualisme werden vragen als deze steeds vaker gesteld in het gemeentehuis
van Uithoorn. Wat bleek? Het toenmalige college had eigenlijk geen
passend antwoord! In het monisme bepaalde de wethouder de agenda en zat
ook de commissievergaderingen voor. Er waren geen gemarkeerde
besluitmomenten voor de raad om, bijvoorbeeld bij een nieuwbouwproject,
de randvoorwaarden vast te stellen. Bij kritische vragen werd gezegd:
“Dat heeft u zelf besloten”, maar dan was het betreffende besluit slecht
terug te vinden. Het kon zelfs zo zijn dat de ‘kaderstelling’ plaats
had gevonden door koppelingen en samenvoegingen van verschillende
besluiten op verschillende tijdstippen. Het dualisme gaf de gemeenteraad
kansen om meer grip te krijgen op het bestuur en het initiatief weer
naar zich toe te trekken.
Nog zo’n vraag die vaker gesteld werd: “Waarom bent u eigenlijk tot dit plan gekomen en welke uitgangspunten heeft u gehanteerd?”
Het college werd om verantwoording gevraagd; voorstellen werden
teruggestuurd of mét richtinggevende amendementen aangenomen. Bij de
visie op het regionale openbaar vervoer werd het college ‘op pad’
gestuurd met een motie waarin de randvoorwaarden als een
boodschappenlijst werden meegegeven.
Gevolgen van het bewustwordingsproces
In
Uithoorn waren het de bovenstaande situaties en ontwikkelingen die
aanleiding vormden om het bestuurlijke proces en de rol van raad en
college daarin onder de loep te nemen. Vage kaders en ongemarkeerde
besluitvormingsmomenten hielpen niet mee om vragen vanuit de bevolking
te beantwoorden. Dat vond de raad onwenselijk. Daarnaast wilde de
raad weten welke speelruimte we als gemeenteraad hadden om bij te
sturen en op welke momenten ze die invloed konden uitoefenen. Er kwam
een commissie. De kernvraag werd: Wie is wanneer aan zet?
De
onderliggende vragen: ‘Hoe geef je vorm aan kaderstellling?’ en ‘Wie
neemt het initiatief?’ werden daarmee ook onderdeel van deze opdracht.
Kaderstellende momenten
De commissie bracht in beeld welke kaderstellende momenten (zie kader) er te onderscheiden zijn, en hoe planvorming en besluitvorming tot stand komt. Of anders gezegd: het besluitvormingsproces werd in kaart gebracht.
Kaderstellende momenten 1. na de verkiezingen 2. bij de duale begroting 3. bij beleids- en besluitvorming in de dagelijkse praktijk, en 4. naar aanleiding van de politieke agenda van de raad.
Het eerste belangrijke kaderstellende moment vindt al direct plaats na de verkiezingen met het ondertekenen van het samenwerkingsakkoord. In Uithoorn gold dat de titel van het coalitieakkoord "Uithoorn? Mooi wél" de eerste kaderstellende ambitie verwoordde waar alle voorstellen aan getoetst zouden worden. Bij de begrotingsbehandelingen werden de ‘subkaders’ gesteld die het coalitieakkoord verder uitwerkten.
Actualiteiten of evaluaties (de 3e en 4e
kaderstellende momenten) bieden eigenlijk de echte ruimte om kaders te
stellen vanuit een min of meer blanco situatie. In Uithoorn ontstond
zo’n moment toen het speelbeleidsplan uitgevoerd was. In het oude plan
was nog een forse bezuiniging verwerkt en het was geschreven in een tijd
dat interactie met inwoners nog een relatief onbekend begrip was. Veel
klachten over het aantal toestellen, de spreiding van de terreintjes en
de matige invloed van inwoners waren het gevolg. Iedere keer als er weer
een officiële inspraakronde gehouden werd, werd de onvrede vanuit de
inwoners manifester. Toen het college aangaf nieuwe uitgangspunten te
formuleren, gaf dit de gemeenteraad een uitgelezen moment om de wensen
van de bevolking om te zetten in nieuwe kaders voor speelbeleid in
Uithoorn. In de voorbereidende raadsvergadering werden foto’s getoond
van gewenste en ongewenste speelterreintjes. Hiermee werd (letterlijk)
zichtbaar gemaakt welke effecten de raad wilde bereiken met het nieuwe
speelbeleid. Met een amendement werden de getoonde criteria vastgelegd
en in de beluitvormende raadsvergadering daarna werd conform besloten.
Rolverdeling: wie doet wat en op welk moment
De
gemeenteraad had behoefte om het besluitvormingsproces, inclusief de
kaderstelling goed in beeld te hebben. Met name de rolverdeling tussen
raad en college behoefde verduidelijking. Het onderstaande schema tracht
dit alles op simpele wijze in beeld te brengen. Aan de bovenkant van de
lijn worden rol en bevoegdheden van de raad weergegeven, aan de
onderzijde de rol en de taken van het college. Het beschreven voorbeeld
over de kaderstelling voor het speelbeleid laat zien dat in de
uitvoeringsfase van het oude plan de raad zijn volksvertegenwoordigende
rol uitoefent door contacten met inwoners en dat het evaluatiemoment
daarop tegelijkertijd het beginpunt is voor het nieuwe plan. Het college
aan het inventariseren van dilemma’s en mogelijkheden voor de
kaderstellende notitie. Op dat punt ontmoeten raad en college elkaar
weer voor besluitvorming.
De praktijk
Nog steeds is kaderstelling als
begrip diffuus. Iedereen geeft er een andere betekenis aan. Daarmee
wordt kaderstelling een containerbegrip dat te pas en te onpas gebruikt
wordt. Daarom is er in Uithoorn voor gekozen om een eenduidig begrip te
formuleren, zodat alle partijen weten wat kaderstelling inhoudt. Gekozen
is voor de volgende definitie:
De kaders die de raad stelt zijn opdrachten en randvoorwaarden waarbinnen het college een onderwerp ontwikkelt en uitvoert.
Vervolgens
heeft de raad zich gerealiseerd dat er naast een definitie ook een
praktische handreiking moet zijn om werkelijk te kunnen werken met
kaderstelling. Hiervoor is een Uithoorns stappenplan ontwikkeld, dat het
college, de raad en de ambtelijke organisatie dient als leidraad bij
het bestuursproces. Het stappenplan beschrijft in 12 stappen hoe je
vanaf de probleemstelling, via ontwikkeling en uitvoering komt tot een
beleidsevaluatie. Tevens geven de stappen aan wanneer de besluitvorming
plaatsvindt en onder welke randvoorwaarden, zoals menskracht, middelen,
communicatie en tijdpad. Een complete en werkbare kaderstelling stelt de
raad immers in staat zijn controlerende rol goed te vervullen.
In deze tabel staan de grote stappen genoemd.
STAPPENPLAN KADERSTELLING
Wie neemt het initiatief voor de kaderstelling.
Wat is de aanleiding voor het voorstel tot kaderstelling.
Formuleer de probleemstelling.
Bepaal de werkwijze om tot de kaderstelling te komen.
Is er sprake van een specifieke kaderstellingsprocedure.
Hoe wordt dit uitgevoerd en binnen welk tijdpad.
Leg werkwijze vast in raadsbesluit
Formuleer de doelstelling en beoogd meetbaar effect.
Bepaal de voorwaarden waarbinnen de doelstelling moet worden gerealiseerd.
Welke tussentijdse rapportage wordt met het college afgesproken
Bepaal de afspraken voor evaluatie van uitvoering
Stel ontwerp raadsvoorstel/-besluit kaderstelling op
De definitie en het stappenplan zijn als initiatiefvoorstel ingediend en vastgesteld door de gemeenteraad.
De inspanningen om het bestuursproces onder de loep te nemen heeft in
Uithoorn geleid tot meer bewustwording van de rollen van raad en
college. De raad stuurt het college daadwerkelijk aan met kaderstellende
moties en amendementen, en ook het kaderstellende debat bij de
voorjaarsnota heeft veel aan invloed en belang gewonnen.
Conclusie
Kaderstelling
is geen taak of bevoegdheid die eenduidig te omschrijven is. Er zijn
verschillende momenten van kaderstelling en er zijn verschillende vormen
waarop kaderstelling plaats vindt. Het gevoel voor de juiste momenten
en de juiste vorm moet zich ontwikkelen binnen een gemeenteraad. Pas als
je met elkaar besluit dat je je invloed wilt vergroten en bereid bent
hierin samen op te trekken, dan kan kaderstelling uitgroeien tot een
volwassen instrument van de gemeenteraad.
Trudy Veninga
Voorzitter van de gemeenteraadswerkgroep Kaderstelling in Uithoorn (periode 2002-2006)
Gepubliceerd in 2008, geactualiseerd in 2021.
Online training
Vanuit Regie Naar Resultaat
Als volksvertegenwoordiger wil je iets bereiken voor de gemeenschap. In 4 sessies werk jij je persoonlijke strategie uit.
Met De Politieke Schoolkrant ontvang je het meest actuele aanbod van training en coaching persoonlijk in je mailbox. Iedere maand krijg je een update van de workshops en de consultdata op de politieke vrijdag.
In de schoolkrant tref je ook informatie over het politieke spel. Dat zijn korte en krachtige tips die ik graag met je deel. Een anekdote uit mijn eigen loopbaan of een situatie uit mijn praktijk waar je wat aan hebt in jouw werk.